Jun 30, 2014

Q-koorts en sociale zekerheid


Op 25 juni organiseerde Q-support een informatieavond omtrent sociale zekerheid in samenwerking met het UWV en de gemeente Oss. Na een algemeen welkom door Annemieke de Groot, directeur van Q-support, nam de Osse wethouder Hendrik Hoeksema het woord. Hoeksema is bovendien lid van de Raad van Toezicht van Q-support.

 

  

 

 

 

 

Na een algemeen welkom door Annemieke de Groot, directeur van Q-support, nam de Osse wethouder Hendrik Hoeksema het woord. Hoeksema is bovendien lid van de Raad van Toezicht van Q-support. Hij gaf aan dat chronische Q-koortspatiënten en mensen met QVS zwaar zijn getroffen in hun gezondheid. Dat heeft gevolgen op uiteenlopende terreinen van hun leven: school, werk en privé. Veel patiënten worden geconfronteerd met vraagstukken op het gebied van sociale zekerheid. De avond heeft dus een heel relevant thema en Hoeksema sprak de hoop uit dat er meer duidelijkheid zou ontstaan voor de ruim 60 aanwezigen. Dat past binnen de doelstelling van Q-support, die er op is gericht mensen te adviseren en te ondersteunen zodat zij weer zo veel mogelijk deel kunnen nemen aan de samenleving.

UWV

Op uitnodiging van Q-support verzorgde mevrouw Frens Stoffels (UWV) een uiteenzetting over de regelgeving van het UWV (zie presentatie). Allereerst beschreef zij de verantwoordelijkheden van de werkgever in samenwerking met bedrijfsarts bij langdurige ziekte. Vervolgens schetste zij de regelgeving van het UWV en de beoordeling door de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige in de mate van arbeidsongeschiktheid. Een complex verhaal dat Frens Stoffels zo inzichtelijk mogelijk probeerde te maken. Overigens is UWV bereidt om op diverse plekken in Nederland voorlichting te geven aan groepen Q-koortspatiënten.

Vragen van aanwezigen
De vragen van de aanwezigen hadden met name betrekking op de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid en de functies waarvoor mensen nog geschikt worden geacht.

Stoffels gaf aan dat de WIA een verzekering is die het verlies aan verdienvermogen compenseert. In die berekening speelt het inkomen voor de ziekte een belangrijke rol. Hoe groter het verschil tussen het bestaande inkomen en het verdienvermogen bij ziekte, hoe hoger het percentage arbeidsongeschiktheid is. De mogelijke functies die iemand bij ziekte kan vervullen, worden met behulp van de computer vastgesteld. Daarin staan zo’n 7000 functies, die passen bij bepaalde mogelijkheden. Zo kan het dus dat een verpleegkundige een alternatieve functie als machinebankwerker krijgt genoemd. Hoewel het streven is mensen weer zo veel mogelijk aan het werk te krijgen, zijn die functies vooral bedoeld om het verdienvermogen te beoordelen. De alternatieve functies geven dus vooral antwoord op de vraag wat je in theorie nog zou kunnen verdienen.

Bij enkele aanwezigen bestond het idee dat de gezondheidsproblemen als gevolg van Q-koorts door het UWV niet worden erkend. Een aanwezige verzekeringarts gaf daarop aan dat de aard van de ziekte geen rol speelt. Mensen worden beoordeeld op het verlies aan verdienvermogen ongeacht de ziekte die daar de oorzaak van is.

Bij het vaststellen van de hoogte van de uitkering speelt het inkomen van de partner geen rol.

Het is mogelijk tegen het besluit van het UWV in beroep te gaan. Daarbij beoordelen onafhankelijke verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen eerst het besluit. Mocht dat niet tot het gewenste resultaat leiden kan de rechter om een oordeel worden gevraagd.

Binnen 5 jaar na een besluit kun je zelf ook een herbeoordeling aanvragen op grond van dezelfde ziekte. Een van de aanwezigen merkt op dat dit het risico heeft dat het percentage arbeidsongeschiktheid bij een herbeoordeling lager uitvalt.

Sommige werkgevers kiezen ervoor het risico voor arbeidsongeschiktheid van hun werknemers zelf te dragen. Mocht zo’n werkgever failliet gaan, neemt het UWV de verplichting over.

Verder wordt opgemerkt dat werkgevers onvoldoende op de hoogte zijn van de regelingen die het aantrekkelijk maken om mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn in dienst te nemen. Dat zou moeten verbeteren.

Gemeente Oss
De heer Hans van Lier van de gemeente Oss geeft een toelichting op de gemeentelijke regelingen omtrent werk en inkomen (zie presentatie).

Hij tekent daarbij aan dat door de Participatiewet, die op 1 januari 2015 in werking treedt, er veel gaat veranderen. Zo is instroom in de WSW vanaf dat moment niet meer mogelijk. Mensen die daar nog voor in aanmerking willen komen, doen er goed aan zich voor 1 september 2014 aan te melden. Verder zijn er ook regelingen voor ondernemers die zich als gevolge van ziekte genoodzaakt zien hun bedrijf te beëindigen. Belangrijk onderscheid in de regelingen is of je het vooraf aan ziet komen of achteraf een beroep doet op de gemeente. Voor alle regelingen geldt dat het gezinsinkomen een rol speelt bij het bepalen van de (hoogte van) uitkering.

Tot slot
Tot slot was er de mogelijkheid tot het individueel stellen van vragen onder het genot van een drankje.

 

  Presentatie UWV: Q-koorts in relatie tot de sociale zekerheid

  Presentatie gemeente Oss: Dienstverlening afdeling Werk & Inkomen