May 7, 2014

'Menselijke maat centraal'


In de aanloop naar de oprichting van stichting Q-support is Mariet Paes, directeur van de Provinciale Raad Gezondheid Noord-Brabant en tevens voorzitter van de Raad van Toezicht van Q-support, geruime tijd in overleg met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het onderwerp is welke vorm van hulp het meest ten goede komt aan de Q-koortspatiënten. De keuze valt nadrukkelijk niet op een schadevergoeding, maar op advies en begeleiding. Daarmee krijgen patiënten ondersteuning bij het opnieuw opbouwen van hun leven. Mariet Paes, die al snel na de uitbraak grote professionele betrokkenheid bij de Q-koortsepidemie ontwikkelt, heeft veel vertrouwen in deze werkwijze. En er is meer om tevreden over te zijn. Mariet Paes over de speerpunten van Q-support.

Nadat de formele zaken zijn geregeld, zoals statuten, benoeming van directeur Annemieke de Groot en het opstellen van het meerjarenplan, kan Q-support in februari 2014 daadwerkelijk uit de startblokken. Dat moment is gemarkeerd met een officieel startsein, onder meer in aanwezigheid van de minister. 'Dat was een uitstekende bijeenkomst', blikt Paes terug, 'want de menselijke maat stond tijdens deze bijeenkomst centraal. Dat is precies waar Q-support voor staat. Dat is neergelegd in het meerjarenbeleid en krijgt met name gestalte in de werkpraktijk.'

Unieke samenwerking strekt tot voorbeeld

Een goed voorbeeld vindt Paes de samenwerking tussen de professionals en de ervaringsdeskundigen, zoals die in de intake plaatsvindt. 'Dit kan echt tot voorbeeld dienen. Het is, bij mijn weten, een unieke manier om de hulpvraag van de patiënt helder te krijgen en tegelijkertijd een begripvol en luisterend oor te bieden voor de problemen die mensen in hun dagelijks leven ondervinden. Dat laatste door iemand die uit eigen ervaring weet wat de gevolgen van Q-koorts op je leven zijn.'

Q-koorts als ijsbreker

Ook in het uitgangspunt dat Q-support zoveel mogelijk gebruik maakt van de reguliere voorzieningen, kan Paes zich uitstekend vinden. 'We willen maatwerk per patiënt leveren, de vragen zijn zeer uiteenlopend. We maken daarbij waar mogelijk gebruik van de reguliere voorzieningen. Als die niet voorzien, moeten we creatief zijn. Het is heel belangrijk dat we de hiaten in het bestaande aanbod signaleren en ons inzetten voor verandering. Q-koorts kan daarbij als een ijsbreker functioneren. Met de ervaringen die we hebben opgedaan en nog opdoen, is het mogelijk een verandering in gang te zetten. Het is mogelijk, maar Q-support heeft zeker een zware klus hieraan.'

One health

Op diverse terreinen heeft de Q-koorts al veel in beweging gezet', vervolgt Paes. Zo is ze zelf initiatiefnemer van het Brabants Kennisnetwerk Zoönosen, een netwerk dat in januari 2010 als gevolg van de Q-koorts is opgericht. Paes: 'De Q-koorts heeft ervoor gezorgd dat de humane en veterinaire gezondheidszorg tegenwoordig samenwerken. In Brabant is veel kennis opgedaan over zoönosen, infectieziekten die worden overgedragen van dieren op mensen. Het netwerk brengt deze kennis en ervaringen bijeen en deelt die met deskundigen van verschillende disciplines. Vanuit het perspectief van de menselijke gezondheid wil het netwerk de mens- en diergezondheid in Brabant verbeteren en de One Health-gedachte (mens, dier en omgeving) onder de aandacht brengen. De gezamenlijke deskundigheid komt nu bijvoorbeeld al aan bod in diverse opleidingen.'

Nieuwe uitbraak

Dat is met het oog op de toekomst een belangrijke ontwikkeling. Paes: 'Alle deskundigen zijn het er over eens dat een nieuwe uitbraak van een zoönose zal plaatsvinden. De vraag is niet óf het gaat gebeuren, maar wanneer het gebeurt. De ervaringen heeft men nu, de multidisciplinaire samenwerking is er en men weet ook dat die nieuwe uitbraak komt. Met de kennis van nu mag die niet meer verlopen zoals de Q-koortsepidemie.'